Ik lees… om op een andere manier te kijken

“Lezen betekent alles voor mij. Vanaf het moment dat ik het kon, heb ik ontzettend veel gelezen. Ik ben er ook nooit mee gestopt, behalve toen ik mijn eerste roman schreef. Toen kon ik het niet. Ik werd er heel onzeker van en was bang dat andere boeken me te zeer zouden beïnvloeden. Nu heb ik dat niet meer en vind ik het weer heel fijn om veel te lezen. Ik kan me zelfs verrijkt voelen als ik zie hoe andere schrijvers het doen. Hoe ze een boek hebben opgebouwd en dingen uit zichzelf hebben gehaald.

Als kind was lezen voor mij een soort van wegzakken in een andere wereld. Ik ging altijd met mijn vader naar de bieb in Sint Odiliënberg. Vaak las ik boeken meerdere keren, omdat ik op die manier steeds iets anders ging begrijpen. Ik denk dat daar ook de basis is gelegd voor mijn plezier in het analyseren van boeken. Later tijdens mijn studie Nederlands heb ik dat heel veel gedaan. Inmiddels is dat technische gelukkig wat meer op de achtergrond geraakt, want soms belemmert het ook dat heerlijke wegzakken.

Toen ik een jaar of twaalf was ontdekte ik de boekenkast van mijn ouders. Ik weet nog dat ik begon met het Boekenweekgeschenk van Remco Campert: Sombermans actie. Dat had een stripachtig, ietwat kinderlijk omslag, dus dat leek me goed om mee te beginnen. Daarna las ik zowat alle andere boeken van Campert en ontdekte ik ook Jan Wolkers. Zij gaven me een inkijkje in de volwassen wereld die ik zo graag wilde begrijpen. Wolkers staat nu samen met Mulisch op de belangrijkste plank in mijn eigen boekenkast.

Ik lees iedere dag. Sowieso ’s avonds in bed en soms ook overdag, zeker als ik een boek heb dat ik niet kan wegleggen. Vaak zit ik ook te lezen bij De Kleine Tovenaar, de boekenwinkel bij mij om de hoek. Bij het kiezen van een boek moet er voor mij altijd een soort haakje zijn. Dat ik bij het lezen van de achterkant denk: oh ja, dit lijkt me lekker. Ik wil ook dat een boek mij op een andere manier laat kijken. Volgens mij is het de belangrijkste taak van de schrijver om iets toe te voegen aan de wereld en vooral schoonheid te brengen.”

Octavie Wolters, schrijver en beeldend kunstenaar

 

Het favoriete boek van Octavie Wolters is De literaire kring van Maxim Februari 

Octavie Wolters: “Ik heb dit boek vorig jaar gelezen toen Maxim Februari de P.C. Hooft-prijs won. Het was echt vernieuwend voor mij. Ik had sinds Mulisch, waar ik enorm fan van ben, nooit meer zoiets vakkundigs gelezen. Het is heel goed geschreven, heel rustig, zelfverzekerd, to the point en precies. En toch denk je de hele tijd: waarom schrijft hij dit verhaal op? Pas op het einde denk je: verrek. Dan ga je jezelf in het verhaal plaatsen en ga je nadenken hoe jij gehandeld zou hebben en hoe je eigenlijk überhaupt handelt in deze maatschappij. Dat heeft een boek nog nooit eerder met mij gedaan, op zo’n subtiel sturende manier.

Het is geen geëngageerd boek. Daar houd ik ook niet van. Zelf voel ik als schrijver ook geen behoefte om mensen in een bepaalde richting te trekken of voor te schrijven hoe dingen anders zouden moeten in de wereld of de maatschappij. Voor mij is dat niet de primaire taak van de literatuur; daar heb je andere vormen van schrijverschap voor. De literaire kring laat je vooral op een filosofisch niveau nadenken over je plek in de maatschappij. Dat vind ik ontzettend knap en een enorme eye-opener.”

Voorland, de debuutroman van Octavie Wolters, speelt zich – net als de roman die centraal staat in De literaire kring – af in haar geboortedorp.

Octavie: “In ieder boek stop je iets van jezelf. Dat kan ook niet anders, want jij bent degene die het schrijft en dat materiaal zit gewoon in jou. Op een gegeven moment wordt het verhaal echter een entiteit op zich en komt het los van jezelf te staan. Dan is het zo’n gepolijst geheel dat je er afstand van kunt nemen. In mijn geval had het toen niets meer met Sint Odiliënberg of mijn leven te maken. Het was fictie geworden.”