Ik lees… mijn kleinzoon voor

“Iedere week pas ik op mijn kleinzoon Brent. We zijn allebei nogal ongeduldig, dus meestal gaan we van het ene naar het andere. Dan weer een puzzel, dan weer een boekje, dan de tv. Hij vindt het leuk als ik hem voorlees uit het verhalenboek van Kikker. Maar het allerliefst wil hij dat ik zelf een verhaal verzin met de ingrediënten die hij aandraagt. Dan kiest hij bijvoorbeeld dat het over een leeuw moet gaan en dat het zich moet afspelen op een speelplaats. Daar maak ik dan een verhaaltje van. Vooral als ik hem laat schrikken met mijn gegrom of hem fop door bijvoorbeeld het geluid van een olifant in plaats van een leeuw na te doen, liggen we allebei dubbel van het lachen. Die interactie is geweldig en geeft veel voldoening.

Zelf las ik als kind vooral strips. We hadden thuis een tijdje zo’n Leesmap en daar las ik dan de Donald Duck en Kuifje uit. Op de middelbare school moest ik boeken lezen voor het eindexamen, maar dat kreeg ik niet voor elkaar. Ik las toen alleen maar de samenvattingen van anderen.

Romans lees ik nog steeds niet. Ik ben meer van de feiten en boeken over dingen die ik echt wil weten. Over hengelsport bijvoorbeeld; daar haal ik dan tips uit. Of over politici. Zo heb ik ook beide boeken over Jos van Rey gelezen. Het ene van twee journalisten en het ander van hemzelf. Omdat ik die zaak van dichtbij gevolgd heb, wilde ik het verhaal van meerdere kanten lezen om zo mijn eigen beeld te vormen en een realistische conclusie te kunnen trekken. Als ik eenmaal in zo’n boek zit, wil ik het ook snel uitlezen. Dan kan ik daar helemaal in opgaan en praat ik er ook veel over met anderen.

Biografieën van sporters vind ik ook interessant, zoals dat boek Gijp. Ik vind het leuk om te lezen wat ze naast dat voetballen uitspoken. Verder lees ik heel veel via Google. Dat is denk ik de grootste concurrent van boeken. Daar kan ik me helemaal in verliezen. Nu met corona zoek ik bijvoorbeeld alles uit over zo’n vaccin. Ik vind het heel boeiend om te weten hoe dingen worden uitgevonden.”

Big Benny, zanger

 

Voorleestips van onze BoekStartcoaches

Tip 1: Geef je kind de ruimte om te reageren op wat je voorleest: las een korte pauze in en kijk daarbij je kind aan. Ga in op de reacties.

Tip 2: Geef het kind gelegenheid om iets te zeggen tijdens het voorlezen. Het gaat erom dat je kind praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed.

Tip 3: Stel de dreumes/peuter een vraag bij wat er te zien is. Ook al kan een kind nog niet praten, vaak snapt het een eenvoudige vraag wel (bijvoorbeeld ‘Zie jij het hondje?’).

Tip 4: Laat je kind het verhaal navertellen aan een broertje of zusje of aan opa en oma.

Tip 5: Lees en bekijk hetzelfde boek een paar keer. Dat geeft houvast en veiligheid. Iedere keer begrijpt en herkent het kind een beetje meer.

Tip 6: Spelen met een boekje is ook lezen! Proeven, voelen, zwaaien met het boekje, alleen bladeren. Benoem wat je kindje doet en wat er allemaal te zien is, zing liedjes, doe dieren na enz.